"Het spook Magere Lat steekt zijn griezelige handen langzaam naar voren..."
Hieke zit bij haar
vader op schoot.
Gelukkig maar, want er gebeuren hele enge dingen in het verhaal dat
hij voorleest.
"Met zijn gemene klauwen van handen grijpt hij het arme meisje bij haar blonde krullen..."
"Wat is dat voor een raar verhaal?" vraagt Hieke's vader.
"Van de bliblio...eh...geleend," bibbert Hieke. "En Magere Lat heeft heel scherpe tanden."
"Hoe weet jij dat?" vraagt haar vader.
"Dat heeft mama verteld. Die heeft verder gelezen."
"Maar het loopt toch wel goed af?" vraagt Hieke's vader verwonderd. Hij zoekt de laatste bladzijde, waar op een plaatje de zon schijnt en het meisje weer veilig thuis is.
"Zie je wel," zegt hij, en laat Hieke het plaatje zien.
Hieke knikt stilletjes voor zich uit. Ze heeft haar duim in haar mond gestopt, zo eng is het allemaal.
"Magere Lat bestaat niet hoor," zegt haar vader.
"Wel in het boek," zegt Hieke.
"Ja," zegt haar vader, "maar mensen kunnen toch niet uit boeken lopen?"
"Nee," zegt Hieke nog steeds bibberend, "maar spoken wel."
Hieke's vader zucht. Hij weet hier ook geen oplossing meer voor. Hij doet zijn arm om Hieke heen en probeert het nog eens.
"Luister," zegt hij.
"Het is maar een verhaaltje. Zo'n verhaaltje is om na afloop te
denken 'wat ben ik blij dat ik thuis
ben'."
Hieke zucht ook.
Lekker is dat, zo bij haar vader zitten. Van spoken weet hij alleen niets af. Hij weet niet eens dat die dwars door de muren heen kunnen lopen. Gelukkig is het nu nog licht. Daar houden spoken niet van.